In de wereld van nu krijgen veel mensen elke dag veel informatie te verwerken. Dat geldt ook voor mij. We zien voortdurend nieuws, berichten op sociale media en verwachtingen vanuit werk, studie en andere mensen.
Na een drukke werkdag merk je dat vaak nog sterker, zeker wanneer de dag moeizaam is verlopen. In mijn werk als productieplanner gebeurt dat nog wel eens. Machines raken defect, materialen komen te laat binnen of collega’s vallen uit door ziekte. Toch moet er dan weer een nieuwe planning worden gemaakt. In zulke situaties is dat niet altijd eenvoudig.
Zo nu en dan word je dan ’s nachts wakker en komen die problemen meteen weer boven drijven. Op zulke momenten stapelen de gedachten zich op. Je denkt aan alles wat er nog meer mis kan gaan. Vaak zijn die gedachten vooral negatief. In mijn hoofd lijkt het probleem daardoor steeds groter te worden. Je wilt het stoppen, maar op dat moment lukt dat niet. Daardoor val je moeilijk weer in slaap en lukt het pas tegen het einde van de nacht om nog even weg te doezelen.
Wanneer je de volgende ochtend weer op het werk komt, blijkt de schade vaak nog wel mee te vallen. Veel problemen lossen zich uiteindelijk vanzelf op. Dan denk je al snel: heb ik daar nu wakker voor gelegen? Op zulke momenten ben ik wel eens jaloers op mensen die aan het einde van de werkdag de knop echt kunnen omzetten.
Dat gevoel noem ik in deze tekst Overkill. Het is het moment waarop alles in je maar blijft tollen.
Overkill ontstaat meestal niet door één groot probleem. Het komt vaak door veel kleine zorgen bij elkaar. Je denkt na over dingen die misschien gaan gebeuren. Of over keuzes die je hebt gemaakt, of nog moet maken. Vooral ’s nachts, wanneer het stil is en je probeert te slapen, kunnen die gedachten sterker worden. Je weet ergens wel dat het uiteindelijk goed komt. Toch blijft je hoofd doorgaan en lukt het niet om weer in slaap te vallen.
De band Men at Work schreef in 1983 een nummer over dat gevoel: Overkill. Het gaat over wakker liggen en blijven nadenken. Over merken dat je hart sneller gaat door spanning. Gedachten komen en verdwijnen weer, maar lijken steeds terug te keren. Het beschrijft het moment waarop je beseft dat het misschien gewoon overkill is: te veel nadenken over dingen die waarschijnlijk vanzelf weer goed komen.
Men at Work

Begin jaren tachtig verscheen er plots een band uit Australië die met een frisse en herkenbare stijl de internationale hitlijsten bestormde. Men at Work, opgericht in 1979 in Melbourne, combineerde rock en pop met een lichte en vaak humoristische toon. Met hun debuutalbum Business as Usual brak de groep wereldwijd door, vooral dankzij de hits Who Can It Be Now? (1981) en Down Under (1982).
De band werd opgericht door zanger en gitarist Colin Hay en gitarist Ron Strykert. Kort daarna sloten drummer Jerry Speiser, multi-instrumentalist Greg Ham en bassist John Rees zich bij de groep aan. Samen ontwikkelden zij een herkenbaar geluid waarin gitaren en popmelodieën centraal stonden, aangevuld met de karakteristieke saxofoon- en fluitpartijen van Ham.
In 1981 verscheen de eerste single Who Can It Be Now?. Het nummer werd een grote hit in Australië en stond ook op het album Business as Usual. Het succes bleef niet beperkt tot hun thuisland. In 1982 bereikte het nummer de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten. Kort daarna volgde Down Under, dat eveneens nummer één werd in zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië.
Down Under werd met een knipoog geschreven en beschrijft op een humoristische manier het leven en de cultuur van Australië. In de tekst komen typisch Australische elementen voorbij, zoals een vegemite-sandwich. Door de grote populariteit wordt het nummer vaak gezien als een soort tweede volkslied van Australië.
Ook in Nederland was het succes groot. Down Under bereikte in mei 1982 de tweede plaats in de Nederlandse Top 40, achter The Lion Sleeps Tonight van Tight Fit. Het album Business as Usual kwam eveneens tot de tweede plaats in de albumlijst, achter The Concert in Central Park van Simon & Garfunkel.
Het succes van Men at Work werd in 1982 bekroond met een Grammy Award voor Best New Artist. Rond dezelfde tijd nam de band hun tweede album Cargo op. Door het aanhoudende succes van het debuutalbum werd deze plaat pas in 1983 uitgebracht. Ook Cargo leverde verschillende hits op, waaronder Dr. Heckyll & Mr. Jive, Overkill en It’s a Mistake. In Nederland bereikte het album de elfde plaats in de albumlijst en werd Overkill in het voorjaar van 1983 een hit.
Binnen de band ontstonden later spanningen, vooral tussen Hay en drummer Speiser. In 1984 werden Speiser en bassist Rees uiteindelijk uit de groep gezet. Een jaar later verscheen het derde album Two Hearts (1985). Hoewel het album in de Verenigde Staten goud behaalde, bleef het internationale succes beperkt.
Na deze periode begon Colin Hay aan een solocarrière. In 1987 bracht hij het album Looking for Jack uit. Hoewel deze plaat weinig aandacht kreeg, bleef Hay actief als muzikant en bracht hij in de jaren daarna regelmatig nieuwe muziek uit.
Sinds 1996 traden Hay en Greg Ham, samen met sessiemuzikanten, wereldwijd op met het repertoire van Men at Work. In 1998 gingen zij onder meer op tournee in Brazilië. Opnamen van deze concerten verschenen later op het livealbum Brazil.
In juni 2009 werden Colin Hay en Ron Strykert aangeklaagd omdat de fluitmelodie uit Down Under te veel zou lijken op het lied Kookaburra, geschreven in 1932 door Marion Sinclair. De rechter gaf de aanklagers gelijk en een later hoger beroep werd afgewezen. De kenmerkende fluitmelodie in het nummer was destijds ingespeeld door Greg Ham.
Op 19 april 2012 werd Greg Ham op 58-jarige leeftijd dood aangetroffen in zijn huis. Met zijn overlijden kwam een einde aan de gezamenlijke optredens van Hay en Ham.
Vanaf 2019 begon Colin Hay opnieuw te touren onder de naam Men at Work. In datzelfde jaar verscheen, na een lange periode van stilte, voor het eerst in 34 jaar weer nieuw werk van de groep. Daarmee bleef de muziek van Men at Work ook voor een nieuwe generatie luisteraars springlevend
.Hoewel Down Under de grootste hit van Men at Work in Nederland was en de tweede plaats bereikte in de Nederlandse Top 40, beschouw ik Overkill persoonlijk als het sterkste nummer van de band. Bij het Nederlandse publiek bleek dat oordeel echter minder breed gedeeld. Het nummer kwam uiteindelijk niet verder dan een zestiende plaats in de Nederlandse Top 40.
Overkill
Volgens zanger Colin Hay gaat Overkill over het verlaten van een plek waarmee je een sterke emotionele band hebt, om succes te kunnen nastreven in je carrière. Tegelijk beschrijft het nummer de stress en het gevoel van onrust of ongeluk dat zo’n keuze met zich kan meebrengen.
VertalingOverkill Ik kan niet in slaap komen Dag na dag komt het weer terug Alleen tussen de lakens liggen Dag na dag komt het weer terug Ik kan niet in slaap komen Dag na dag komt het weer terug |
SongtekstOverkill I can’t get to sleep Day after day it reappears Alone between the sheets Day after day it reappears I can’t get to sleep Day after day it reappears |
| [Back to TOP] |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten